Over de buurt YYZeeg nacht’lijk duisterLangs menig huizenrijKlonk zacht gefluisterrefr.:Truus vigeleerde vrijCeintuurbaan, stille zij’t Was in de lenteIn buurt YYHij kwam van de ouwe stadWaar hij logeerdeThuis had-ie mot gehadZodat-ie ‘m smeerderefr.Vlak bij de Ferdinand BolKwam hij haar tegen’t Was ‘n gewone snolDat zag hij terdegerefr.Zij sprak hem daad’lijk aanHaar ogen blonkenHij krijgt hem aardig staanMaar niet van ‘t drinkenrefr.Hij drukt haar boezem teerZij was niet magerZij gaf die druk hem weer…Maar ‘n beetje lagerrefr.Eindelijk, na lang gepraatKrijgt zij hem medeZij woonde in de DusartstraatErgens benedenrefr.Toen kwam de aardigheidHij had er gauw genoeg vanZe deed ‘t met vaardigheidZe had zelfs geen broek anrefr.Toen ‘t weer zondag wierKon hij wel wenenHij voelde zich ‘n dag of vierZo raar in z’n benen!refr.Z’n vader vroeg wat dat wasHij zei tot z’n ouwe’k Was uit zonder overjasEn nu ben ik verkouwen!refr.En Truus vigeleert steeds vrijCeintuurbaan, stille zijPas op voor dat soort vrouwenLeert dat van mij