Weledelachtbare heer burgemeester,Ik was geruime tijd van planEen klein verzoek tot u te richtenTot nu toe kwam d’r niet veel vanMaar voor de noodzaak moet ik zwichtenDe dierentuin van AmsterdamKrijgt nu en dan wel eens geschenkenMaar dat er nooit van u iets kwam’k Weet niet, wat ik daarvan moet denkenEn toch, er lopen hier in de stadNog heel wat beesten op twee potenDie, als ik ze in mijn collectie hadHaar waarde zeker zou vergrotenDat niet alleen, maar inderdaad’t Zou ook verstandig zijn, want waarlijkAls u ze langer lopen laatLijkt voor de stad me dat gevaarlijk’t Is me onbekend of u het weetMaar de collectie van m’n apenIs op geen stukken na compleetIk kan d’r bijna niet van slapenZijn op ‘t stadhuis, u moet eens zienZo’n paar verwaande exemplarenDie u wel lozen wilt misschien?Ik zal z’in Artis goed bewarenIk ben ook taam’lijk goed voorzienVan kaketoes en papegaaienMaar als u wilt, kunt u misschienToch mijn collectie nog verfraaienIk heb niet een die aardig praatDaar moet ik mij bijna voor schamenStuur m’een van die lorren uit de raadDie zo aardig zeggen: « Ja en amen »M’n paardenstal is goed voorzienToch zijn er soorten die mankeren’k Heb vaak een politieagent gezienDie best m’n stal zou completerenIk meen die kerels zonder tactIk weet, dat veroordeelt u ten strengsteStuurt u ze mij maar, goed verpaktVoor mijn collectie boerenhengstenTot slot hoop ik, als u schoonmaak houdtIn al die huizen waar ze gokkenDat u een paar exemplaren houdtVoor ze naar elders zijn vertrokken’k Heb een bassin daar juist voor klaarSchenk me een paar croupiers of andersEen paar professeuren de piaanVoor mijn collectie salamanders