Brief Van Een Koloniaal Aan Zijn Moeder – Eduard Jacobs – letras

Als deze brief u wordt gebrachtBen ik al bij de AtjehnezenWij worden d’and’re week verwacht’t Schijnt weer hommeles te wezenKom ik in Koeta-Radja anStuur ik je ‘n paar centen overHet zit er nou verdraaid niet an’k Heb van mijn handgeld niks meer overU weet, toen ik aan boord zou gaanHad ik precies nog zeven guldenEr bleven ‘n paar kladjes staanMaar Bet zal zorgen voor m’n schulden’n Goeie meid, die blonde BetZe huilde tranen haast met tuitenZe bracht m’aan boord nog negro-headZe weet, ‘n pruim kan ik niet buitenHoe ik ‘t gemaakt heb op de zeeDat zal ik u eens gauw vertellenDe eerste dag viel ‘t nogal meeMaar later kon ik het niet stellenAls ik me soep gegeten hadDeed ik ‘n dutje in ‘t vooronderMaar werd zo misselijk als ‘n katOf ik ‘n stuk had in me donderDat duurde nog zo’n dag of vierWist niet wat me zou overkomenHet eten smaakte me geen zierAlleen mijn oorlam heb’k genomenMaar later hinderde ‘t me nietMijn keesie smaakte me alste vorenZeg dat aan Bet als u d’r ziet’t Zal haar plezier doen dat te horenEn nou zit ik hier in de OostNou mag ik hier soldaatje spelenAfijn, ‘t is voor mij ‘n troost:Het kon vader geen bliksem schelen…Ik had mijn buik vol van de pretDat vader me steeds koeioneerde…Als ‘t niet voor u was en voor BetZou’k willen dat ik hier crepeerde!Ben ik in Atjeh aangelandDan zal ik u dadelijk weer schrijvenU leest toch geregeld in de krantDan kan je op de hoogte blijvenU weet, ik ben gezond en taaiDat zal’k die zwarte sloebers tonen…Als ik mijn maag niet overlaaiAan Atjehnese blauwe bonenWant sneuvelt er een officierKan men een telegram verwachtenMeer dan bij de dood van ‘n fuselierMoet je op de mail geduldig wachtenAls je op de lijst der dooien leestHet nummer zestien duizend zevenDenk dan maar: Gijs is er geweestHij liet voor ‘t vaderland zijn leven!

Laisser un commentaire

Concevoir un site comme celui-ci avec WordPress.com
Commencer