er is op de hoek een cafédat is mijn stamineedaar ben ik al jarenlang klantik ken er de mensen en zij kennen mij’t is daar altijd even plezantmaar de deurwaarder kwammet een ander planhij zei: jongens, jullie hebben pechwant volgend jaar starthier een supermarkten dan moet dat cafeeke hier wegcafé, café, café, als de sloper met hamers komtcafé, café, café, houden wij u wel boven de gronddit café blijft hier altijd staanook al komt er een bulldozer aanwant er is geen café waar dat w’ons zo kunnen laten gaande kroeg van Staf Buyshield zich nog struismet twee dancings over de deurmaar de baas maakte schuldenen voor dat hij ‘t wistliep hij recht in zijn eigen malheuren toen kwam er een gastmet een zwarte kabasen die schreef heel de inboedel opmaar de klanten van Stafspraken ondereen af:dit café komt er terug bovenopcafé, café, café, als de sloper met hamers komtcafé, café, café, houden wij u wel boven de gronddit café blijft hier altijd staanook al komt er een bulldozer aanwant er is geen café waar dat w’ons zo kunnen laten gaaner zijn van die kroegendaar komt g’altijd terugook al komt g’er niet iedere dagge vindt er wat vriendschap,wat troost, wat geluk,soms een traan, maar meestal een lachde patron staat erbijlijk een zeekapiteinmet zijn hand op de koperen kraanen zolang dat er mensengezelligheid wensenblijven die kroegen bestaan(c) tekst en muziek: Jan De Beer – Ed Kooyman