Als men alle zaken in ‘t leven beschouwtDan krijgt men ‘t dikwijls verbazend benauwdVaak ziet men ‘n dochter die publiek speelt de hoerDaarin druk geholpen door d’r vaar en d’r moerMama maakt het bed op en pa vult de kanDat is zeer natuurlijk, ze leven ervan!Dat is zeer natuurlijk, ze leven ervan!Zo ken ik ‘n familie, hier in de Jan SteenIk zeg niet ‘t nummer, anders gaat u erheenDaar is niet een dochter, maar daar zijn er tweeDie gaan, als je ‘t wilt, saam naar bed met je meeVoor elke zwijnerij zijn ze daad’lijk dan klaarDat is hun brood, dus natuurlijk, maar wat een moer en een vaar!Dat is hun brood, dus natuurlijk, maar wat een moer en een vaar!Zo liep ik eens ‘s avonds, ‘t was elf uurOp de Stadhouderskade, ‘t was erg guurTot mij kwam ‘n vrouw met ‘n kind aan de handDat bood ze me aan, ‘t ging boven m’n verstandIk vroeg: « Ben jij de moeder? » En ze antwoordde: « HerejeDa’s nogal natuurlijk. Nou lekkere pik, ga je mee? »Da’s nogal natuurlijk. Nou lekkere pik, ga je mee?Zo ken ik ‘n moeder, ook hier in de PijpDie is nog groter loeder, want die d’r vergrijpIs dat ze een dochter van even zes jaarBij alles maar toelaat, niets verbergt voor haarToen ik haar eens vroeg, of d’r dat niet walgelijk wasZei ze: » ‘t Is zeer natuurlijk, later komt ‘t d’r te pas! »Zei ze: » ‘t Is zeer natuurlijk, later komt ‘t d’r te pas! »