De Oude Rotterdammer – Daan Hooykaas – letras

Als iemand spreekt van kakie of van taretjeVan heit-ie, zeit-ie, leit-ie of van plaasOf voor sigaar gebruikt het woord segaretjeOf spreekt van iemand met een reuze praasWanneer hij zegt: « Me zulle en me benne »En van zijn eigendommen zegt: « Das fammain »In plaats van kunnen ‘kanne’ zegt of ‘kenne’Dan moet hij vast een Rotterdammer zijnAls iemand spreekt met ‘hullie’ en met ‘zullie’Of ‘mandes’, ‘kippes’, ‘naaldes’, ‘meides’ zegtWanneer hij klest van ‘wullie’ en van ‘hullie’Of zegt ‘hij leit’ in plaats van ligt of legtAls hij in plaats van zagen zegt ‘me zagge’Plaats Lommerrijk betitelt: ‘Vrouw Remeijn’Of als hij zegt ‘dat mos gewoon niet magge’Dan moet hij vast een Rotterdammer zijnAls iemand spreekt van ‘Slaak-kaai’ en van ‘Staiger’Van ‘Rooie Zand’ en ‘Jonkefrankestraat’En als ie zegt: ‘Me gaan een Blaakie-pikke’En voor de Dijk zijn hart nog vurig slaatWanneer-ie steeds nog spreekt van ‘t Delfse bootjeVan ‘t Slagveld en van ‘t mooie CallandpleinZegt ie voor zestig centen: ‘twaluf-stuiver’Dan moet ‘t een ouwe Rotterdammer zijn

Laisser un commentaire

Concevoir un site comme celui-ci avec WordPress.com
Commencer