Het Dierbaar Plekje Grond (satire) – Eduard Jacobs – letras

Men heeft ons reeds als kind geleerdIn menig fraai gedichtDat men zijn vaderland vereertIs burgerdeugd en plichtWij dwepen met de dierb’re grondWaar onze schreden gaan…De plek waar eens onz’ wieg op stondWaar ook ons graf zal staan!Ons volk heeft rechten, onbetwistOp land en dynastieZe hebben ‘t aan ze zee betwistMet kracht en energieZij boden voor dat plekje grondHun goed en bloed wel aan…Daarom mag, waar hun wieg op stondToch ook hun graf wel staanDaar gaat een schip naar CanadaMet honderden aan boordMen hoort maar flauwtjes een hoeraDat menig snik versmoortZe trekken naar een andere grondEr valt een laatste traan…Op het plekje waar hun wieg op stondWaar niet hun graf zal staanZij vonden in het moederlandVoor vrouw en kind geen broodGeen werk voor hun gespierde handZe vonden er slechts noodZij groeten nog van ver de grondZij zien haar wazig aanDe plek, waar eens hun wieg op stondWaar niet hun graf zal staanDaar zal een militair transportNaar Insulinde gaanHet afscheid duurt gewoonlijk kort’t Gaat militairementEen laatst hoezee nog voor de grondWaarvoor ze vechten gaan…De plek, waar eens hun wieg op stondWaar niet hun graf zal staanEr gaat zo menig jongemanDe dood daar tegemoetWijl hij zich hier niet schikken kanHij was te warm van bloedHij was te wild voor deze grondHij moest dus hier vandaan…De plek, waar eens hun wieg op stondDaar mag zijn graf niet staanDat Bouwmeester ten derde maalDe koers naar Indie zetIs iets dat wis ons nationaalGevoel voor kunst besmetAls men dat in ons land verstondDan liet men hem niet gaan…Men zorgde, waar z’n wieg eens stondOok eens z’n graf zou staan!

Laisser un commentaire

Concevoir un site comme celui-ci avec WordPress.com
Commencer