Het Oude Liedje – Eduard Jacobs – letras

Omdat toen ge voor ‘t eerst haar zagZij u verrukte met haar lachEn hoop u gaf, ja van die dagWerd zij het doel van heel uw strevenEerst hieldt ge ‘t maar voor spelerij’n Gril, die spoedig gaat voorbijMaar langzaam werd die minnarij’n Band voor ‘t leven!Omdat gij in haar ogen keekGe voor haar blik alras bezweekWant ach, ge waart nog maar een leekDie al die trucjes nog niet kendeOmdat haar droomblik op u rust’Haar logenmond uw twijfel sust’Aanvaardt ge, knielend en gerustZoveel ellende!Omdat haar stem, met zoete dwangBedwelmend als sirene-zangDe ziel doorwoelt, duurt het niet langZe weet uw diepst geheim t’ontrukkenWanneer gij in haar armen rustVergeet g’uzelf als ge haar kustUw eergevoel geeft ge onbewustVoor al haar nukkenOmdat z’u met haar grillen tartEn straffeloos u plaagt en sartGeniet z’in zegepraal uw smartVoor ‘n zwakke vrouw blijft men weekhartigZelfs als de drift uw oog ontvlamtDe vuist haar staffend reeds omklamptHaar tranenvloed uw hand verlamt…Men wordt lafhartig!Omdat na ‘n tijd vol zaligheenDe trouweloze plots verdweenDrijft dat verdriet misschien u heenEn doet de dood u spoedig wensenDie wanhoopsdrift naar d’eeuwigheidIs dan de laatste stommiteitWaartoe versmade liefde leidt…O! Arme mensen!

Laisser un commentaire

Concevoir un site comme celui-ci avec WordPress.com
Commencer