« Je hebt nagedacht, zei je » »Ja, ik heb nagedacht. Over jou, over ons, over de zin van het leven. Overgoed » »En kwaad? » »En over de mens » »En het dier. Wanneer heb je daarover nagedacht? » »Op weg hier heen. In de bus » »Was de bus vol? » »Ja, de bus was heel vol. Maar ik voelde me alleen ondanks de mensen.Misschienis dat wel de grootste eenzaamheid. » »Verlangde je naar me? » »Ja en nee. » »Verlangen heeft altijd z’n ja en z’n nee. Dat is het wezen van hetwerkelijkeverlangen. De vreugde van het ja, de pijn van het nee. » »Waar gaat het met ons naar toe? » »Ja, waar gat het met ons naar toe? » »Ik heb nagedacht. » »Ja, in de bus. » »De bus was vol, ik was leeg. » »Heb je genoeg van me? » »Niet van jou, van mezelf. » »Dat is het zelfde » »Dank je. » »Ben je bang geworden van je huwelijk? » »O nee, ik heb het huwelijk altijd beschouwd als het samen gaan van tweevrijeindividuen, met de erkenning van de onvolmaaktheid daarvan, waarbij departnerseigenlijk wederzijds vrij moeten zijn in gebondenheid. » »En dat van ons was toch heel iets anders dan van de anderen? » »Ja natuurlijk, heel anders dan van de anderen. » »Toch geen gewoon overspel. » »Nee, geen gewoon overspel. Dat van ons was veel mooier, dat van ons wasveelminder banaal. » »Maar waarom wil je dan van me af? » »Ach, een vlucht misschien uit ons niemandsland zonder normen, terug naardeveiligheid van de bestaande moraal. » »Jij voelt je inmoreel. » »Nee, amoreel. » »Waarom lach je? » »This world is a tragedy to build that feel, comedy to those that thinks;zegtWirlpool. » »Ach, zeg het toch wat eenvoudiger » »Goed, eenvoudiger. »Ik weet niet wat het is, MarieMaar ik voel; d’r is iets mis, MarieWaar moet het nou in vredesnaam naar toeHet gaat me hinderen, MarieHet zijn de kinderen, MarieIk krijg genoeg van al dat stiekeme gedoeWant als ik ‘s avonds aan het bed van m’n kleine jongen staEn hij vraagt: « Waar ga je heen, moet je nu nog werken pa? »Ach weet je, dat doet zeer, MarieDan kan ik het niet meer, MarieDan wil ik er af, dan zeg ik: « Dag Marie, ik ga »refr.:De geest wil wel, maar ach, het vlees is zwakHet overspel gaat steeds met meer gemakIk weet hoe jij dat voelt, JohanIk weet wat jij bedoelt, JohanHet is ook niet makkelijk voor jou en niet voor mijMaar vergis je niet, JohanStraks dan mis je me, JohanEn dan ken jij net meer terug, dan is ‘t voorbijJe hebt zelf gezegd dat zonder mij je onvolledig leeftOmdat ik weet wat een mens als jij het meeste nodig heeftWees nou redelijk, Johan’t Is niet onzedelijk, JohanAls je weet dat straks je vrouwtje toch vergeeftrefr.Ik weet niet wat het is, m’n schatMaar ik voel, ‘t gaat weer mis, m’n schatWaar moet dat nou in vredesnaam naartoeDat zelfs die kinderen, m’n schatOns niet verhinderen, m’n schatOm weer te doen wat ik al maanden met je doeMaar als ik thuis ben denk ik altijd »Nee, m’n schat heeft ongelijk »Maar dat lijkt me zo onwezelijkZodra ik naar haar kijkEn ach, wat geeft het ook, m’n schatAls een mens maar leeft, m’n schatZet de goden of geboden toch geen zoden aan de dijk