wel ik heb een lieve dochter en mijn dochterke heet Lienen ik wed dat ge nog nergens zo geen dochter hebt gezienzie ze spelen met haar poppemiekes, is ze nu niet braafmaar even later stormt ze de trappen op en afde kamer in, de kamer uit en overal onderdoorhoor ze lachen, hoort ze gillen, hoort ze slaan met de deurin haar ogen zit een duivel en een engel tegelijken da’s mijn vriendje, lieven Lientje, ‘k zie haar gaarne’t kan gebeuren dat het buiten is gaan regenen lijk zoten dan moet ze binnen blijven, en dan spelen wij bedotja dan kruip ik in de kasten en dan lig ik onder ‘t bedstillekens te wachten, als ze mij maar niet ontdektmet de kramp over heel mijn lijf besef ik na een uurdat ons lientje is gaan spelen met een vriendje uit de buurtin haar ogen zit een duivel en een engel tegelijken da’s mijn vriendje, lieven Lientje, ‘k zie haar gaarneoch ik weet dat er vaders zijn die zeggen: niet met mijals hun dochter iets komt vragen met een flodderke erbijmet die lichtjes in hun ogen hebben dochters wel eens iets voordie vaders zeggen nee want die hebben dat wel doorvoor de kusjes en de knuffeltjes van die bedorven scheetin haar ogen zit een duivel en een engel tegelijken da’s mijn vriendje, lieven Lientje, ‘k zie haar gaarnesoms zit ik wel te peinzen: ‘t duurt zo lang niet meer misschiendat er jongens zullen komen die haar ook wel gaarne ziendan zal ik moeten wijken, ja dat kan ik wel verstaanmaar ge moet toch ook begrijp, ‘k laat mijn dochterke pas gaanmet de kerel die me komt vertellen zonder trammelant:voor de rets van mijn leven wil ik u dochter hebben wantin haar ogen zit een duivel en een engel tegelijken da’s mijn vriendje, lieven Lientje, ‘k zie haar gaarne© Ed Kooyman