Pop-art – Ed Kooyman & Herman Van Haeren – letras

’t gebeurt nog al eens dikwijls dat ik op ‘t einde van de week,mijn poes in den hof laat en mijn werk in de steekdan zet ik mijn tentje in een bos of op een velddaar heb ik in een ander liedje ook eens van verteldmaar als ge zo in de openlucht kampeert,dan krijgt ge dikwijls honger lijk een peerd, of nog ergeren zo is ’t dan gekomen dat ik door honger werd gekweldik ben met rasse schreden naar het eerste dorp gesnelden na een straffe wandeling van zeker drie kwartier,vond ik op het dorpsplein een soort van kruidenierdaar stond van alle voedsel op schabbekens bijeen,er was niemand in de winkel, ‘k was daar helemaal alleenik pakte naar een doosje met fruittoen riep die kruidenier : achteruit, mijnen besteblijf overal met uw pollen af in uw eigen belang,en dat blikske kunt ge krijgen voor zevenduizend frankik zeg: meneer da ‘s hier misschien het duurste dorp van ‘t land,maar zevenduizend snaren, da ‘s toch aan de zware kantals ’t eten hier zo duur is, dan is ‘t zonde dat ’t verteertik zou eens willen weten, wat is biefstuk hier dan weerd ?kom, zei die kruidenier, maak u niet kwaadik zie dat ge mij verkeerd verstaat, ‘t is te zeggendat is niet lijk ge denkt een doodgewoon konservenblik,die doos dat is een kunstwerk, de maker dat ben ik‘k had eindelijk de bedoeling door van heel dit gedoedie mens was fier op zijn dooske en op alles wat er stondwat verder lag een brood gelijk dat g’ alle dagen zietzesduizend frank voor eentje, tienduizend voor de tweeer was ook nog een schab gueuze-lambik,die goedkopen was in flessen dan in blik, al moet ik zeggen,‘k heb liever bier in flessen, maar dat is omdat ik misschiendoor ontwetendheid de schoonheid van de kunst nog niet kan zienterwijl ik stond te gapen naar de kunst van deze tijd,werd de deur opengeduwd met een vreselijk lawaaihet waren twee meneren, heel deftig aangedaan,met en kulturele strik en een spierwit hemdje aanze kochten eerst de halve winkel leegtoen zag er ene mij en zei : ‘k wil dees, voor honderdduizendik wou nog protesteren, ‘k zeg : hee maat, wie zijde gij ?hij kan spreken! dan geef ik er nog honderdduizend bij!ik heb in mijn jong leven al van alle werk gedaan‘k was bakkersgast, bediende, overal had ik een baanvoor hoefsmid heb ik ook geleerd, maar daar was ‘t gauw mee uitwant d’ ijzers zette ik verkeerd, en ‘t paard liep achteruitmaar nu heb ik een jobke naar mijn maatik ben kapstok bij een rijke advokaat, in Brusselik sta hier in de gang heel deftig afgekuist en stijf,en de mensen hangen allemaal hun frakken aan mijn lijfmijnen baas is als verzamelaar gekend,want het is een hele kunstminnnende vent, en een rijkeen ‘k denk da ‘k nog beroemd ga worden op de langen duurwant ik ben gedekoreerd door de minister van kultuur© tekst en muziek:Ed Kooyman

Laisser un commentaire

Concevoir un site comme celui-ci avec WordPress.com
Commencer