Als zuig’ling in de wieg gevierdMet kant en strikjes opgesierdIs hij de trots van pa en maatje’t AristocraatjeMen vliegt als hij slechts even zuchtMen haalt de dokter als ie kuchtEn grootmama vindt hem ‘n plaatje’t AristocraatjeDan komt de tijd voor ‘t instituutMen zegt niet: ‘school’, dat klinkt zo bruutJa, spreek maar Frans, heus, hij verstaat je’t AristocraatjeDe knecht noemt hem al ‘jongeheer’En in de keuken, keer op keerVat hij de dienstbooi bij d’r baadje’t Aristocraatje’t Gymnasium komt nu aan de beurtWaar hij met stoere praatjes geurtEen veelbelovend jong hol vaatje’t AristocraatjeHij voelt zich al bijzonder wijsEn geeft daarvan graag het bewijs’t Liefst met ‘n Latijns citaatje’t AristocraatjeDan, zo dat heet, studeert-ie door;Wordt lid van het studentencorps;Staat op de kroeg in een goed blaadje’t AristocraatjeHij is blase, hoewel nog jongSpeelt uit verveling dan ‘ping-pong »n Onbeduidend personaadje’t AristocraatjeOp de renbaan is hij habitueEn zit het hem een beetje meeSlaat hij daaruit ‘n aardig slaatje’t AristocraatjeGaat niet, of veel te veel, naar bedEn krijgt een kleur als ‘n skeletHij lacht als pa hem zegt: « Dat laat je! »‘t AristocraatjeEn is ‘ie dan uitgestudeerdIs ‘t meeste van zijn geld verteerdGeeft niets! Hij ziet nog wel ‘n gaatje’t Aristocraatje’n Schatrijk huw’lijk wil hijLiefst met een aad’lijk partijAl is haar schoonheid dan ook naatje’t AristocraatjeEn heeft ie het zo ver gebrachtDan volgt de eerste huw’lijksnachtMaar ach, wat treurig kandidaatje’t AristocraatjeHaar ijdelheid wordt zwaar gestraftDaar ligt ie nu, d’r man hij maftEn dan alreeds denkt ze: Ik haat jeAristocraatjeEn dan, een vreugdeloos bestaanWaar bei ‘n and’re weg op gaanHij zoekt zich wel ‘n ‘kameraadje »t AristocraatjeEn ook mevrouw zoekt zich vertierEr wordt gezegd: met de koetsierWie weet wordt zo ‘t aristocraatjeOoit nog papaatje