ik stap iedere morgen goedgezind in mijn broeken fluitende de deur uit, maar achter de hoekdaar zie ik de bakker en die zegt met een air:goeiemorgen vriend, ge zijt zo goed gezindmaar wat vindt ge van ‘t weerdan zie ik naar boven en dan zakt mijn humeurwant daar hangen de wolken, geen zon komt er door’t is altijd hetzelfde in dees vochtige streek:soms is ‘t hier wel warm maar dat duurt dan ocharmeamper een weeken aan de kanten van de Filipijnenblijft de zon bijna een heel jaar schijnenmaar daar zitten z’allemaal honger te lijdenonder een palmboom aan een stralende kust,’t is niet eerlijk, ‘t is nisjustAdam en Eva kregen dik naar hun vijstoen ze werden verdreven uit ‘t aards paradijsen de aartsengel riep nog: tot aan jullie pensioenzullen jullie voortaan in het zweet van uw aanschijnuw job moeten doenvanav toen zitten w’allemaal in dezelfde bootwe moeten zwoegen voor ons dagelijks brooder zijn er die werken, alleen met hun tongen ge zult altijd zien dat er ene wat minderals d’ander moet doenen in de Afrikaanse woestijnenhebben z’anders niks te doen dan vrijenmaar ge ziet er ook geen auto’s rijden,z’hebben dorst, z’hebben honger maar ze zitten gerust’t is niet eerlijk, ‘t is nisjustjaren geleden zwoer ik eeuwige trouwvoor de rest van mijn leven aan mijn enige vrouwik zie ze nog gaarne, en ik kan het verstaandat ze speelt met ‘t gedacht van eens heelonverwacht op een ander te gaanik zou ook wel eens gaarne veranderen van spijsmaar als ge wilt grazen op een andere weidan zegt ons fatsoen dat ge zoiets moet doenzonder mensen erbijmaar ge moet bij d’Arabieren eens komen,die hebben ieder twaalf vrouwen, die klownenen ze doen het allemaal zonder condomenmaar als ze veertig worden zijn z’uitgeblust’t is niet eerlijk, ‘t is nisjust© Ed Kooyman – Herman Van Haeren