‘t Zwijn – Eduard Jacobs – letras

De een die zei, ze kwam van DelftEen ander weer zei: « Uit Den Bosch »De mening van de grootste helftWas, dat ‘r zat een duchtig steekje aan losO zwijn, o zwijn’t Snoetje mooi, de handjes kleinMaar helaas, ze kende d’r eenEn die ploert, die dondersteenSloeg heel de boel soms kort en kleinO zwijn, o zwijn!Hij gedroeg zich als ‘n zwijn!Soms liep ze laat nog in de avondEn toch was de ontvangst zo zoHaar prijzen waren niet hoogdravendHij had veel nodig, haar makkeroDat zwijn, dat zwijnHij kon ook zo hardvochtig zijn!Want telde hij des nachts ‘t geldEn ‘t viel niet mee, maakte-ie geweldDan kon onmoog’lijk alles zijnO zwijn, o zwijn!Getrapt werd ze door ‘t zwijnTot op ‘n zeek’re dag ‘t snoetjeTot andere gedachten kwamZe maakte ‘n pakje van d’r goedjeEn vluchtte stil naar AmsterdamO zwijn, o zwijn!Z’n zoeken bleek vergeefs te zijn’t Scheen, men was op haar gesteldWant ze kreeg vaak hopen geldZe kon ook zo aardig zijnO zwijn, o zwijn!Toch vond ze menig man ‘n zwijn!Zo kwam ze langzaam aan op jaren’n Grijze haar vond z’af en toeMet ‘t geld dat ze bij elkaar kon sparenBegon ze nu ‘n rendez-vousO zwijn, o zwijn!En ze verstaat ‘t baas te zijn!De trappen loopt ze op en neerKlopt aan de deur en roept: « Meheer’t Uur is om, ‘t zou dus dubbel zijn! »O zwijn, o zwijn!Men antwoordt ‘ja’, maar denkt stil: ‘Zwijn!’

Laisser un commentaire

Concevoir un site comme celui-ci avec WordPress.com
Commencer